Home · Fasen · Rollen · Producten · Best practices · Referenties · Nieuws & release notes · Begrippen

Invoering
Bijwerken technische applicatiearchitectuur

De technische applicatiearchitectuur wordt bijgewerkt aan de hand van de beslissingen die genomen zijn tijdens ontwerp en bouw, veelal ingegeven doordat allerlei non-functional requirements, zoals performance, aanpassingen vergen aan de architectuur.

Doel

De technische applicatiearchitectuur wordt steeds bijgewerkt om zo de haalbaarheid van volgende incrementen en projecten te vergroten.

Stappen

  1. Inventariseren herbruikbare functionaliteit
    Inventariseer tijdens een workshop welke functionaliteit van gebouwde en gebruikte classes vaker voorkomt, en of het mogelijk is het gebruik van deze functionaliteit te abstraheren in een nieuwe methode. De class waarop deze methode terecht komt, gaat deel uitmaken van het framework van het project, en kan eventueel later worden hergebruikt.

  2. Beschrijven herhaald voorkomende patronen
    Tijdens de uitvoering van ontwerp en bouw van een increment worden vaak terugkerende patronen ontdekt, bijvoorbeeld met betrekking tot foutafhandeling of het ophalen en wegschrijven van instanties van business classes. Beschrijf tijdens een workshop - als dit al niet tijdens het increment is gebeurd - deze patronen met behulp van een object sequence diagram, dat wordt opgenomen in de technische applicatiearchitectuur. Tijdens volgende incrementen en projecten worden deze generieke patronen toegepast, in plaats van de zich steeds herhalende specifieke oplossingen.

  3. Inventariseren effect op technische applicatiearchitectuur
    Ga na of er tijdens het huidige increment nog andere ontwerpbeslissingen genomen zijn die de technische applicatiearchitectuur beïnvloeden. Deze ontwerpbeslissingen zijn veelal niet functioneel van aard.
    Inventariseer van ieder van deze beslissingen of ze tot verbetering van - voornamelijk non-functional requirements - de technische applicatiearchitectuur hebben geleid, en wat de impact ervan is geweest op de implementatie van de requirements. Interessant is bijvoorbeeld of er, door de wijziging door te voeren, efficiënter of effectiever kan worden ontwikkeld.
    Documenteer de wijzigingen en veranker ze in de technische applicatiearchitectuur.

  4. Overdragen technische applicatiearchitectuur
    Indien het huidige increment het laatste increment is van het project, zorg er dan voor dat de technische applicatiearchitectuur wordt overgedragen naar de organisatie, zodat hergebruik van de technische applicatiearchitectuur voor toekomstige projecten kan worden gewaarborgd. Ditzelfde geldt voor herbruikbare klassen die zijn ontwikkeld gedurende het project.

Richtlijnen

Het document dat de technische applicatiearchitectuur beschrijft heeft een generiek karakter. Het document groeit tijdens de uitvoering van projecten en zal meer en meer de technische applicatiearchitectuur van de organisatie bevatten. Uiteindelijk zal als gevolg van dit groeiproces ook een framework of class library ontstaan voor de gekozen ontwikkelomgeving.
In veel organisaties is een persoon of een afdeling aanwezig die zich bezig houdt met hergebruik. Aan een dergelijke afdeling kan dan het best de technische applicatiearchitectuur worden overgedragen.

Betrek de architecten uit de organisatie in deze taak. Er wordt zo meer draagkracht voor de genomen beslissingen gekweekt. Bovendien draagt dit bij aan het gebruik van een technische applicatiearchitectuur over projecten heen.

 [TASK075] Versie 2003Q2 Basic - ©1999-2006 Sander Hoogendoorn (aahoogendoorn@gmail.com), 1 juli 2003