Zodra de user interface ontworpen is kan de koppeling met de functionaliteit van de business worden gemaakt. Zowel bij webapplicaties als bij Windows-applicaties betekent dit dat de code die nodig is om de user interface werkend te maken, kan worden toegevoegd aan schermen of webpagina's.In dit algemeen geldt dat de user interface "passief" is. Dit wil zeggen dat vanuit de tasks wordt geregeld wat en wanneer de user interface wordt aangeroepen en gebruikt.De functionaliteit die hier wordt toegevoegd bestaat in dergelijke gevallen veelal uit validaties en dynamische navigatie. DoelDe user interface wordt ontwikkeld aan de hand van de beschrijving van de schermen en webpagina's in het user interface model. Stappen- Creëeren formsVoor ieder element van de user interface, voorkomend in een user interface diagram behorend bij het huidige increment, wordt een form (meestal een webpagina of scherm) gemaakt. De webpagina of het scherm wordt opgeleverd conform de huisstijl.
- Realiseren functionaliteit formRealiseer de functionaliteit van het form. Deze is afhankelijk van de taakverdeling tussen de task en het form. Het bijbehorende object sequence diagram geeft hierover uitsluitsel. Een algemener patroon wordt aangetroffen in de technische applicatiearchitectuur.Doorloop in ieder scherm of webpagina het stappenplan van de use cases en het bijbehorende object sequence diagram waarin het wordt gebruikt - meestal exact één - en ga na welke functionaliteit van het scherm of webpagina wordt verwacht. In het algemeen, wanneer de tasks het te automatiseren proces implementeren, gaat het om het aanroepen van validaties op de getoonde objecten.
- Vullen defaultsSchrijf de vulling van de attributen met defaultwaarden.
- Implementeren validatiesImplementeer de aanroepen van de veld- en rijvalidaties, inclusief die gelden voor formattering van de attributen bij wijziging. De validaties zelf zijn in het algemeen geïmplementeerd in één van de factory- of business classes. Zorg er wel voor dat een zo minimaal mogelijke koppeling ontstaat tussen de user interface en de objecten die worden getoond, zeker bij webapplicaties.
- Toevoegen contentVoeg eventuele content, zoals bijvoorbeeld helpteksten en animaties, toe aan de webpagina. Indien de totale webapplicatie voor een deel webpagina's met dynamische content bevat, koppel deze dan aan de elementen uit de user interface diagrammen.Het eindproduct is een (web)applicatie in huisstijl, waarin de volledige navigatie mogelijk is, met uitzondering van die navigatie die volgt uit de dynamische opbouw van webpagina's of schermen. Denk bijvoorbeeld aan een overzicht van Klanten, waarbij een individuele Klant kan worden geselecteerd, om op de pagina van deze Klant te komen.
- Toevoegen navigatieVoeg eventuele ontbrekende navigatie toe aan de user interface, volgens het user interface model.
RichtlijnenDe attributen van de webpagina of het scherm moeten worden voorzien van defaultwaarden. Deze waarden worden getoond als het ophalen van instanties van de gebruikte business classes niet lukt. Het verdient dan ook aanbeveling om ook wanneer een business class niet kan worden gevonden (bijvoorbeeld wegens foute zoekargumenten) toch een lege instantie van de business class te retourneren naar de client. Zo wordt voorkomen dat de code om het scherm te vullen tweemaal moet worden geschreven; een keer bij het vinden van een instantie, en een keer bij het ontbreken ervan. | |