In veel organisaties wordt component based development toegepast. In Smart worden twee typen sequence diagrammen gebruikt. Het eerste type beschrijft de applicatie, van user interface tot en met de aanroep van de eventuele service op een component. Het tweede type, het service sequence diagram, beschrijft de implementatie van de service in de component, inclusief interface classes, en business- en factory classes.Ieder service sequence diagram modelleert de aanroep van precies één van de services van een component, vanaf de aanroep op de business- of factory class tot en met de implementatie in de component door interface class en organisatiegenerieke business- en factory classes. Bestaande componenten bieden overigens reeds geïmplementeerde services, waarvan gebruik kan worden gemaakt. Binnen een project vindt het modelleren van de service sequence diagrammen alleen plaats als de services nog moeten worden ontwikkeld, vaak in hetzelfde project. DoelHet opstellen van service sequence diagrammen voor alle services die worden ontwikkeld voor een component. Hiermee wordt inzicht verkregen in de structuur van een component. Stappen
RichtlijnenHet is een goed streven om de communicatie tussen componenten zo minimaal mogelijk te houden. Dit betekent dat indien voor het uitvoeren van een methode de application service over meerdere componenten dient te beschikken, de application service hiervoor de regie voert. Alhoewel deze keuze een lichte overhead veroorzaakt, wegen de voordelen van onafhankelijkheid van de verschillende componenten ten opzichte van elkaar doorgaans hier ruimschoots tegen op. Een belangrijke refactoring om op te letten bij het opstellen van de interactiediagrammen is 'Hide Delegate'. Dit geldt vooral voor het aanroepen van diverse methoden op business classes. Een factory Klanten bijvoorbeeld die een Klant retourneert, waarvan vervolgens slechts een methode wordt aangeroepen, komt hiervoor in aanmerking. | Betrokkenen
|