Home · Fasen · Rollen · Producten · Best practices · Referenties · Nieuws & release notes · Begrippen

Bedrijfsstudie
Modelleren user interface diagrammen

Tijdens de workshop waarin de stappenplannen van de use cases worden beschreven, komt vrijwel altijd de user interface van de applicatie ter sprake. Het verdient aanbeveling deze informatie direct te gebruiken en de user interface te modelleren.

Smart voorziet in een eigen modelleertechniek voor het modelleren van de user interfaces. Deze modelleertechniek heet het user interface diagram en gaat uit van een beperkt aantal basisbegrippen als forms (schermen of webpagina's), singletons, lists en buttons. De modelleertechniek sluit aan bij de eerder opgestelde use case diagrammen en test activity diagrammen. Tijdens ontwerp en bouw worden de forms van de user interface diagrammen verder ingevuld. Voor ieder form wordt een template ingevuld, analoog aan de template voor use cases.

Doel

De user interface diagrammen van de applicatie worden opgesteld als visuele verduidelijking van de use case diagrammen. De diagrammen gelden als uitgangspunt voor het ontwerp en de ontwikkeling van de user interface. Het user interface diagram is in de praktijk erg goed bruikbaar als communicatiemiddel met niet-technische projectmedewerkers.

Stappen

  1. Creëren user interface diagrammen
    De relatie tussen use case diagram en user interface diagram is één-op-één. Creëer nu voor ieder use case diagram het bijbehorende user interface diagram. Geef ieder user interface diagram de naam van het use case diagram dat het implementeert.

  2. Vaststellen forms
    Organiseer een productgerichte workshop voor het vaststellen van de forms. De meeste use cases en use case diagrammen bevatten een component user interface. Use cases kunnen het best worden gedetailleerd tot functionaliteit die het opbouwen van een form betreft, en het afhandelen van de bijbehorende acties. Nu hoort er bij iedere use case een form. Modelleer in het user interface diagram een form voor iedere use case.

  3. Vaststellen relaties tussen forms
    Ga in de stappenplannen van de use cases na welke forms worden aangeroepen vanuit deze use case. Modelleer ieder van deze aanroepen door een transition van het aanroepende form naar het aangeroepen form. Indien dit gebeurt door het volgen van een link of doordat er op een knop wordt gedrukt, plaats een knop op het aanroepende form en modelleer de transition hiervandaan.
    Voeg eventuele voorwaarden als guard toe aan de transition. Meestal zal voor het aanroepen van een ander form een use case worden uitgevoerd. Noteer ook de naam (of het nummer) van deze use case bij de transition.

  4. Vormgeven forms
    De naam en het stappenplan van een use case bevatten verwijzingen naar de belangrijke business en factory classes die worden getoond op het bijbehorende form. Modelleer nu per form welke klassen worden getoond. Gebruik een singleton voor het tonen van een instantie, meestal een business class. Gebruik een list voor het representeren van een lijst van instantie, afkomstig uit een factory class. Geef een list aan middels een enumeratie (vaak 3..4 of *). Een voorbeeld: Klant en Order * geeft aan dat op deze form precies één klant en een aantal orders (0 of meer) worden getoond.

Richtlijnen

Gelijktijdig uitvoeren
Tijdens het opstellen van de stappenplannen bij use cases wordt vaak de user interface van (een deel van) de applicatie gebruikt om te komen tot de stappenplannen. Zo worden de beide taken gelijktijdig uitgevoerd en opgeleverd.

Gereedschap voor modelleren user interface diagram
Er bestaat (nog) geen gereedschap om user interface diagrammen te modelleren. Het best kan hiervoor een tool worden gebruikt waarmee makkelijk forms kunnen worden gerepresenteerd, zoals bijvoorbeeld Microsoft Powerpoint (of Visio) of de CASE tool Enterprise Architect.

Primaire en secundaire use cases
De interactie tussen een groep forms blijft meestal beperkt tot de secundaire use cases die gebruikt worden door een enkele primaire use case. Het form dat bij deze primaire use case hoort, is dan ook het startpunt voor deze functionaliteit. De forms bij de secundaire use cases worden dan gestart vanuit dit form. Wanneer deze secundaire forms worden afgesloten, komt de controle in de functionaliteit terug bij het primaire form. Pas bij het beëindigen van de activiteiten van de primaire use case wordt ook dit form afgesloten

 [TASK042] Versie 2003Q2 Basic - ©1999-2006 Sander Hoogendoorn (aahoogendoorn@gmail.com), 1 juli 2003