Home · Fasen · Rollen · Producten · Best practices · Referenties · Nieuws & release notes · Begrippen

Bedrijfsstudie
Opstellen business class diagram

Het business class diagram beschrijft de applicatiespecifieke bedrijfslogica. Het bevat business- en factory classes. Het diagram is uitgangspunt voor de sequence diagrammen tijdens het ontwerp. Hiervoor is het zinvol om in grote lijnen te onderzoeken welke business- en factory classes voorkomen in de applicatie. Net als de begrippenlijst worden de meeste van de klassen gevonden in de namen en scenario's van de use cases.

Het business class diagram wordt door het opstellen van de sequence diagrammen bovendien voorzien van het te implementeren gedrag van de business- en factory classes. Naast het applicatiespecifieke business class diagram kent iedere component zijn eigen class diagram, het component class diagram.

Doel

Het verkrijgen van een initieel business class diagram. Dit business class diagram is uitgangspunt voor het beschrijven van de statische structuur van de applicatie in sequence diagrammen.

Stappen

  1. Vaststellen business- en factory classes
    Maak een lijst van de zelfstandige naamwoorden in de use cases van het project, analoog aan de begrippenlijst. Raadpleeg hievoor zowel de namen van de use cases als de doelen en de stappenplannen. Deze zelfstandige naamwoorden vertegenwoordigen de mogelijke business- en factory classes.
    De zelfstandige naamwoorden in enkelvoud worden business classes, de zelfstandige naamwoorden in meervoud de factory classes. Een use case Selecteren Klant levert zo de business class Klant op; een use case Raadplegen Rekeningen levert een factory class Rekeningen op.

  2. Initiëren business class diagram
    Neem ieder van de business- en factory classes op in het initiële business class diagram. Voorzie hierbij iedere klasse van een korte beschrijving. Zie er op toe dat deze beschrijving aansluit bij de begrippenlijst.

  3. Vastleggen relaties in business class diagram
    Leg heel globaal de verwachte relaties tussen de diverse klassen vast. Leg een associatie aan indien verwacht wordt dat twee klassen elkaar kennen. Gebruik de compositie tussen een factory en bijbehorende business class, zoals bij Rekeningen en Rekening. Gebruik alleen overerving als er heel aantoonbaar zo'n relatie aanwezig is.

  4. Vastleggen relaties met componenten
    In de applicatiearchitectuur van Smart fungeren de applicatiespecifieke business- en factory class vaak als adapter (of facade) voor de onderscheiden componenten. Ga voor ieder van de business- en factory class na of dit het geval is. Noteer nu in het business class diagram voor welke componenten en interface de klasse als adapter fungeert.

Richtlijnen

Abstract
Deze activiteit dient puur als basis voor verdere modellering van de statische structuur en van het gedrag binnen de applicatie. De uitwerking van het business class diagram gebeurt hier dan ook op zeer abstract niveau. Werk het business class diagram niet uit met allerlei mogelijke methoden, attributen en relaties. Deze komen later in het project aan de orde.
Bovendien wordt functionaliteit alleen toegevoegd als deze nodig is vanuit het modelleren van de requirements en functionaliteit, en niet door inschatting. Zo wordt voorkomen dat de applicatie overbodig "vet" bevat.

 [TASK026] Versie 2003Q2 Basic - ©1999-2006 Sander Hoogendoorn (aahoogendoorn@gmail.com), 1 juli 2003