Home · Fasen · Rollen · Producten · Best practices · Referenties · Nieuws & release notes · Begrippen

Ontwerp
Afronden business class diagram

Nu de interactiediagrammen gedetailleerd genoeg zijn, kan het business class diagram verder worden uitgewerkt met attributen en de relaties tussen de verschillende business- en factory classes.

Doel

Het volledig maken van het business class diagram naar aanleiding van de detaillering van de use cases en interactiediagrammen. Het business class diagram kan, zodra het volledig is, omgezet worden naar een fysiek gegevensmodel.

Stappen

  1. Opnemen business- en factory classes
    Neem alle business- and factory classes die zijn ontstaan tijdens het opstellen van de interactiediagrammen alsnog op in het business class diagram, indien dit niet geautomatiseerd is gebeurd.

  2. Nalopen bestaande relaties
    Controleer of alle eerder aangegeven relaties tussen klassen nog kloppen. Vul eventueel de pariteit van de relaties aan, en ga na of een relatie wellicht een compositie of aggregatie is. Dit geldt bijvoorbeeld voor de meeste relaties tussen een factory class en de hieraan gekoppelde business class. Voeg de relaties met de zojuist toegevoegde klassen eveneens toe. Let vooral op de mogelijke toepassing van specialisatie of generalisatie van klassen (overerving).

  3. Nagaan volledigheid methoden
    Ga de volledigheid van de gemodelleerde methoden per business class na. Het is mogelijk dat nog altijd niet alle methoden aanwezig zijn in het model. Dit komt bijvoorbeeld nogal eens voor met methoden van een klasse die worden aangeroepen voor de interne verwerking van functionaliteit.

  4. Verwijderen redundante methoden
    Controleer of er methoden op verschillende klassen zijn die nagenoeg hetzelfde lijken te doen. Bepaal hoe eventuele overlap kan worden vermeden.

  5. Toevoegen ontbrekende attributen
    Voeg alle ontbrekende attributen van de business classes toe aan het diagram. Specificeer de attributen eenduidig en geef het type aan. Voeg eventueel een korte beschrijving toe van de betekenis van het attribuut. Vul ontbrekende retourwaarden en argumenten van methoden toe aan het diagram, inclusief typering.

  6. Controleren consistentie
    Controleer tenslotte de consistentie van het business class diagram met de interactiediagrammen, de stappenplannen en pre- en postcondities van de use cases. Het mag nooit zo zijn dat een methode argumenten verwacht die op moment van aanroep onbekend zijn, of een waarde retourneert die niet wordt verwacht als postconditie van een use case of voor een volgende stap in het sequence diagram.

Richtlijnen

In een eerste iteratie worden slechts de functies benoemd, veelal voortkomend uit het opstellen van de interactiediagrammen. In volgende iteraties worden de klassen en hun methoden verder uitgespecificeerd. Zo worden argumenten en return types van methoden vaak pas toegevoegd in een tweede iteratie.

De controle op de consistentie van de verschillende diagrammen met de argumenten en de retourwaarden van de methode is van essentieel belang. Immers, deze functies zullen rechtstreeks naar code worden vertaald. Het model fungeert hierbij uiteraard als functionele specificaties. Tijdens de audit van het ontwerp wordt deze controle nogal eens opnieuw uitgevoerd.

 [TASK024] Versie 2003Q2 Basic - ©1999-2006 Sander Hoogendoorn (aahoogendoorn@gmail.com), 1 juli 2003