Home · Fasen · Rollen · Producten · Best practices · Referenties · Nieuws & release notes · Begrippen

Best practice
Realiseerbaar modelleren

Smart kent een referentiearchitectuur. Deze applicatiearchitectuur wordt gebruikt als transformatie tussen ontwerp en realisatie van de uiteindelijke applicatie. De lagen en elementen waaruit deze applicatiearchitectuur bestaat zijn derhalve rechtstreeks terug te vinden in de interactiediagrammen die tijdens het ontwerp worden opgesteld.



De applicatiearchitectuur kent een aantal typen klassen. Met forms worden user interfaces als webpagina's of schermen gemodelleerd. Tasks zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de bedrijfsprocessen en zijn een rechtstreekse implementatie van de use cases. Business- en factory classes verzorgen de applicatiespecifieke bedrijfslogica. Utility classes faciliteren technische services. Interfaces beschrijven vervolgens de functionele services die worden geboden door componenten. Componenten bestaan vervolgens weer uit (organisatiegenerieke) business- en factory classes.

Het meest herkenbaar is deze applicatiearchitectuur in de normale sequence diagrammen. Hier komen de verschillende stereotypen klassen van links naar rechts voor, van form tot en met de interface van de eventuele componenten.

 [PRIN009] Versie 2003Q2 Basic - ©1999-2006 Sander Hoogendoorn (aahoogendoorn@gmail.com), 1 juli 2003